Chronische stress en burn-out bij artsen

Pauline Drijkoningen huisarts coach zorgouders zorgprofessionals levend verlies
Pauline Drijkoningen
Zorgcoach

De neurobiologie van burn-out: waarom artsen extra kwetsbaar zijn.

Door Pauline Drijkoningen-van Dooren, huisarts n.p., docent & coach

 

Trots op ons vak. Maar tegen welke prijs?

Uit de Nationale A(N)IOS-enquête Gezond en Veilig Werken (2024) blijkt dat maar liefst 96% van de artsen in opleiding trots is op hun vak. En dat is niet verrassend. Arts zijn is betekenisvol werk. We mogen aanwezig zijn op cruciale momenten in het leven van mensen, meedenken bij moeilijke beslissingen en soms daadwerkelijk het verschil maken.

Tegelijkertijd laat diezelfde enquête een minder rooskleurige kant zien. Een kwart van de A(N)IOS overweegt serieus te stoppen met het vak en ruim een derde ervaart een structureel te hoge werkdruk. Onder huisartsen liggen deze cijfers nog hoger. De meeste artsen herkennen moeiteloos waar die druk vandaan komt: volle spreekuren, toenemende administratieve lasten, emotioneel belastende patiëntenzorg, personeelstekorten en een voortdurend gevoel van verantwoordelijkheid.

Veel van ons zijn gewend om hiermee om te gaan. Sterker nog: onder druk functioneren hoort bijna bij onze professionele identiteit. Maar juist daar schuilt een risico. Niet de aanwezigheid van stress vormt het probleem, maar het ontbreken van voldoende herstel.

Wanneer een gezond stresssysteem ontspoort

Stress is op zichzelf geen pathologisch verschijnsel. Zonder stress zouden we niet alert kunnen reageren op een reanimatie, een spoedconsult of een diagnostische uitdaging. Ons stresssysteem is evolutionair ontworpen om ons tijdelijk in staat te stellen optimaal te presteren wanneer de situatie daarom vraagt.

Bij acute stress activeert de hypothalamus-hypofyse-bijnier-as (HPA-as) het sympathische zenuwstelsel. Adrenaline en noradrenaline zorgen binnen seconden voor verhoogde alertheid, een snellere hartslag en een betere doorbloeding van spieren en hersenen. Cortisol volgt iets later en mobiliseert energievoorraden zodat het lichaam kan blijven presteren. Dat systeem werkt uitstekend zolang er ook een fase van herstel volgt.

Er ontstaat een probleem wanneer de stressreactie niet meer incidenteel maar chronisch wordt. Ons lichaam maakt immers geen onderscheid tussen een roofdier op de steppe en een agenda die al maanden structureel overvol is. Voor het brein zijn een voortdurende stroom patiëntenzorg, overlopende mailboxen, diensten, opleidingsverplichtingen en de angst om fouten te maken eveneens signalen van dreiging.

Wanneer herstelmomenten uitblijven, blijft het stresssysteem geactiveerd. Cortisolspiegels blijven verhoogd, slaap raakt verstoord en het vermogen van het lichaam om terug te keren naar een toestand van rust neemt af. Juist die slaap is essentieel voor het afbreken van stresshormonen, geheugenconsolidatie, emotionele verwerking en het herstel van cognitieve functies.

Zo ontstaat een vicieuze cirkel: stress verstoort de slaap, terwijl slaaptekort de gevoeligheid voor stress verder vergroot.

Chronische stress en het brein

Waar burn-out lange tijd vooral werd gezien als een psychologisch fenomeen, laat neurobiologisch onderzoek zien dat langdurige stress ook meetbare veranderingen in het brein veroorzaakt.

Met name de hippocampus en de prefrontale cortex blijken kwetsbaar voor langdurige blootstelling aan cortisol; ze nemen in volume af. De hippocampus speelt een centrale rol bij leren en geheugen. De prefrontale cortex is betrokken bij concentratie, planning, impulscontrole, klinisch redeneren en het vermogen om situaties in perspectief te plaatsen. Tegelijkertijd wordt de amygdala, het alarmsysteem van het brein, juist actiever. Hierdoor neemt de gevoeligheid voor stressoren toe en ontstaat sneller een gevoel van onrust of overbelasting.

Deze veranderingen bieden een neurobiologische verklaring voor klachten die veel artsen met burn-out beschrijven. Zaken die vroeger vanzelfsprekend gingen, kosten plotseling moeite. Concentreren lukt minder goed. Beslissingen nemen voelt zwaarder. Je geheugen laat je vaker in de steek. Kleine tegenslagen komen harder binnen dan voorheen. Veel artsen schrikken daarvan, juist omdat zij gewend zijn cognitief sterk te functioneren.

Onderzoek met MRI-scans laat zien dat langdurige stress samenhangt met veranderingen in hersenvolume, verminderde connectiviteit tussen de prefrontale cortex en de amygdala, en verstoringen in dopaminerge en serotonerge systemen. Hierdoor neemt niet alleen de cognitieve belastbaarheid af, maar vaak ook het vermogen om plezier, motivatie en voldoening te ervaren.

Het is belangrijk te beseffen dat deze klachten geen teken van zwakte zijn. Het zijn logische gevolgen van een brein dat langdurig in een staat van verhoogde paraatheid heeft verkeerd.

Waarom artsen hun eigen stress vaak niet herkennen

Opmerkelijk genoeg zijn artsen vaak uitstekend in staat om stress bij patiënten te herkennen, maar veel minder goed bij zichzelf. Dat heeft deels te maken met de cultuur waarin we worden opgeleid. We leren verantwoordelijkheid te dragen, problemen op te lossen en door te zetten. Eigenschappen die ons tot goede artsen maken, kunnen tegelijkertijd een risico vormen wanneer we hierin doorschieten.

Gedachten als “anderen hebben het ook druk“, “ik moet dit aankunnen” of “mijn collega’s en patiënten rekenen op me” zorgen ervoor dat vroege signalen van overbelasting worden genegeerd. Vermoeidheid wordt gezien als iets normaals. Emotionele uitputting wordt weggeredeneerd. Grenzen worden steeds verder opgeschoven.

Daar komt bij dat chronische stress zich meestal sluipend ontwikkelt. Anders dan een acute crisis ontstaat burn-out niet van de ene op de andere dag. Het proces voltrekt zich vaak over maanden of zelfs jaren, waardoor de veranderingen geleidelijk onderdeel worden van wat iemand als “normaal functioneren” gaat ervaren.

Burn-out als een psychische hersenschudding

Een interessante ontwikkeling binnen het onderzoek naar burn-out is de vergelijking met licht traumatisch hersenletsel. In het boek ‘Over de kop‘ van Brankele Frank (een aanrader voor iedereen die met burn-out te maken heeft!) wordt dit mooi omschreven.

Klachten zoals mentale vermoeidheid, concentratieproblemen, prikkelgevoeligheid, vertraagde informatieverwerking en emotionele ontregeling worden zowel gezien bij burn-out als bij een hersenschudding. Hoewel beide aandoeningen niet hetzelfde zijn, lijken er opvallende overeenkomsten te bestaan in de manier waarop het brein tijdelijk ontregeld raakt.

Een Zweedse studie van Wallensten en collega’s (2021) vond verhoogde concentraties van extracellulaire astrocytenvesikels bij patiënten met stress-induced exhaustion disorder, de Zweedse diagnose die het meest vergelijkbaar is met burn-out. Dergelijke biomarkers worden ook gezien bij licht traumatisch hersenletsel.

Deze bevindingen ondersteunen het idee dat burn-out meer is dan “oververmoeid zijn”. Langdurige stress laat daadwerkelijk biologische sporen na. Dat betekent niet dat herstel onmogelijk is, maar wel dat herstel tijd vraagt en niet kan worden afgedwongen door simpelweg harder je best te doen.

moeders ballen in de lucht coaching

Wat helpt bij herstel?

De meeste artsen zoeken pas hulp wanneer hun gebruikelijke strategieën niet meer werken. Nog wat harder werken, nog iets efficiënter plannen of nog even doorzetten blijkt dan niet langer voldoende.

Herstel begint vaak met het erkennen dat er daadwerkelijk sprake is van overbelasting. Vervolgens is rust essentieel: voldoende slaap, vermindering van prikkels en ruimte voor fysiologisch herstel. Maar daarmee alleen ben je er meestal niet.

Even belangrijk is het onderzoeken van de factoren die de chronische stress in stand houden. Niet alleen externe factoren zoals werkdruk, maar ook interne factoren zoals perfectionisme, verantwoordelijkheidsgevoel, conflictmijding of de overtuiging dat hulp vragen een teken van zwakte is.

Juist op dat vlak kan coaching waardevol zijn. Niet omdat er iets mis is met je, maar omdat inzicht in patronen helpt om opnieuw duurzame keuzes te maken. Veel artsen hebben jarenlang geleerd om voor anderen te zorgen, maar nooit expliciet geleerd hoe zij binnen een veeleisend zorgsysteem ook goed voor zichzelf kunnen blijven zorgen.

Je hoeft het niet alleen te doen

Het Nederlandse zorgsysteem verandert niet van de ene dag op de andere. De werkdruk zal waarschijnlijk niet morgen verdwijnen. Wat wél mogelijk is, is onderzoeken hoe jij binnen die realiteit gezond, betrokken en duurzaam kunt blijven functioneren. Wanneer je merkt dat je je minder veerkrachtig voelt, vaker uitgeput bent, sneller geprikkeld raakt of je werk niet meer kan uitvoeren zoals je eigenlijk zou willen, is het verstandig niet te wachten tot je volledig vastloopt.

Je hoeft niet eerst “ziek genoeg” te zijn om hulp te vragen.

Soms is de meest professionele stap juist om stil te staan, naar jezelf te luisteren en serieus te nemen wat je lichaam en brein je proberen duidelijk te maken. Want uiteindelijk verdient niet alleen je patiënt goede zorg. Jij ook.

Meer blogs

Ontdek meer inspirerende blogs van mij

verjaardag 2

Chronische stress en burn-out bij artsen

verjaardag 2

5 manieren om steun te vinden als zorgouder